Zorgassistent in podium: Een juf voor de les en een juf voor de zorg

02-10-2014

Download: Zorgassistent in podium: Een Juf voor de les en een juf voor de zorg

De PO-Raad is van twee kanten betrokken bij de zorgassistenten. Zij werken op een basisschool, maar velen komen ook van een vso-school. Daarom in "podium" van oktober 2014 de zorgassistent in de schijnwerpers! 

Download Podium oktober 2014 (pagina 6 t/m 11),
of lees het artikel hieronder.

 



Afkomstig uit: podium nr. 1 jaargang 4 

Een juf voor de les en een juf voor de zorg 

De zorgassistent neemt de kleuterjuf zorgtaken uit handen. Zij strikt veters en helpt kleintjes op het toilet, zodat de juf kan doorgaan met het onderwijs. Dit opleidingstraject vergroot de arbeidskansen voor meisjes uit het praktijkonderwijs en vso. Een win-win-situatie. Maar zullen basisscholen jaarlijks echt 402 van deze banen kunnen creëren, zoals de nieuwe Participatiewet voorschrijft? 

Acht uur ’s morgens op de Haagse Anne Frankschool: voordat de kleuters binnenkomen, zet Gulsah alle stoeltjes in de kring. De vierjarige Dina is net nieuw op school en huilt hartverscheurend als haar moeder vertrekt. Gulsah neemt haar op schoot. Samen zitten ze in de kring terwijl juf An een verhaal vertelt.

Gulsah deelt melk uit, schilt fruit en helpt de kleintjes met verkleden voor en na de gymles. ’s Middags, nadat de leerlingen zijn vertrokken, maakt de zorgassistent de tafels schoon en zet ze de stoeltjes er weer op. An Goemans, leerkracht van groep 1a: ‘Ook wanneer wij gaan vergaderen om half vier, weet Gulsah precies wat ze moet doen. Dan gaat ze de kast opruimen, het aanrecht poetsen en handdoeken verwisselen. Het is ideaal.’ Dat zij veel van dit soort taken aan Gulsah kan overlaten, brengt meer rust in de klas, vindt Goemans. ‘Ik word minder vaak gestoord wanneer ik met de groep bezig ben. Het gebeurt regelmatig dat een kind moet plassen. Dan moet ik de activiteit onderbreken om even mee te gaan. Nu vraag ik Gulsah om dat te doen. Zo heb ik meer aandacht voor de kinderen, en kan ik afmaken waar ik mee bezig ben.’

De jongeren die leren voor zorgassistent hebben een cognitieve beperking. Op de praktijkschool en het vso kregen zij veel structuur. Om de overstap te vergemakkelijken zijn ook bij deze opleiding de groepen klein en is er veel regelmaat ingebouwd.

Dubbel profijt

De zorgassistenten én de basisschool moeten beter worden van deze pilot. De jongeren hebben een moeilijke uitgangspositie op de arbeidsmarkt, zegt Frans Hoebink, directeur ad interim van Stichting Gezel, die het traject begeleidt. ‘Sociale werkplaatsen verdwijnen. De meesten kunnen niet naar het mbo, vanwege de eisen die worden gesteld aan taal- en rekenvaardigheid. Dan blijft er alleen ongeschoold werk over. Deze meisjes komen vaak in een traditioneel stramien terecht van moederschap en stoppen met werken, of hooguit een baan in een fabriek of als schoonmaakster. Daar is niks mis mee, maar nu krijgen ze meer keuzemogelijkheden.’

Veel gediplomeerden kunnen zich straks nog best verder ontwikkelen, denkt de arbeidsdeskundige. ‘Met dit diploma en twee jaar relevante werkervaring komen zij elders gemakkelijker binnen. Een aantal kan straks misschien redelijk zelfstandig werken in een kinderdagverblijf of een winkel. Het beroep op sociale voorzieningen zal daardoor afnemen. Dat is een grote winst.’ 

De basisschool, op haar beurt, verwerft via deze pilot extra handen in de klas; geen overbodige luxe nu zij Passend onderwijs moet bieden. ‘Leerlingen met het syndroom van Down hebben bijvoorbeeld extra zorg nodig,’ zegt Hoebink. ‘Er komen ook leerlingen binnen die druk zetten op de groepscohesie. Soms is het nodig om een kind even uit de groep te halen. Dan is het handig als daar iemand voor beschikbaar is.’ Hij benadrukt echter dat de zorgassistent er is voor zorgtaken; pedagogische ingrepen zullen van de leerkracht moeten komen.

Twijfels

Het bestuur De Haagse Scholen heeft zes zorgassistenten geplaatst in kleuterklassen. Toch had bestuurder Wiely Hendricks zijn twijfels: ‘Wij denken dat de functie van zorgassistent de komende jaren niet in grote mate zal worden aangeboden; deze werkplekken zullen eerder worden afgebouwd. Dat heeft ermee te maken dat de financiën in het po zich al een paar jaar in negatieve zin ontwikkelen. Scholen hebben eigenlijk teveel mensen op de loonlijst in relatie tot de bekostiging. 

Als er keuzes moeten worden gemaakt, vallen vaak de randfuncties als eerste af.’ Tijdens de opleiding heeft de zorgassistent een arbeidscontract bij Stichting Gezel en ontvangt zij het wettelijk minimumloon. De school betaalt een inleenvergoeding aan de stichting. Ook als de zorgassistent na haar opleiding in dienst blijft, verdient ze het minimumloon. Hoebink: ‘Dat drukt minder zwaar op het budget dan een cao-loon. Het minimumloon is een passende beloning voor deze functie. Ik hoop dat deze functie nooit wordt opgewaardeerd. Dan worden deze vrouwen namelijk te duur.’

Wat bestuurder Hendricks uiteindelijk over de streep trok, was de ‘maatschappelijke opdracht’ van het onderwijs. ‘Wij bieden binnen ons bestuur ook speciaal onderwijs aan. We willen een deel van de verantwoordelijkheid op ons nemen voor de verdere opleiding van deze kwetsbare groep. Bovendien verwachten we dat leerkrachten aan deze functionarissen ook echt wat zullen hebben. Zo kunnen we leerkrachten voor een bepaalde periode tegen relatief weinig kosten extra ondersteuning geven.’

Duidelijke taakverdeling

De Anne Frankschool, die onder Hendricks’ bestuur valt, heeft naast Gulsah nog drie zorgassistenten in dienst. Directeur Dick Hartgers: ‘De vrouwen zijn goed geselecteerd. Ze spreken de taal goed en zijn sociaal vaardig genoeg om met kinderen om te gaan. Het zijn leuke meiden die de juiste dingen aanpakken, en zelfstandig kunnen functioneren. Dat bespaart onze kleuterleidsters veel tijd.’

Je moet met je assistent wel een duidelijke taakverdeling afspreken, benadrukt leerkracht An Goemans. ‘Per dag krijgt Gulsah de taken die zij zelfstandig kan uitvoeren. Dat werkt prima. Dit is een project voor twee jaar, maar zij werkt zo hard dat wij al hebben gezegd: zullen we er vijf jaar van maken?’

Leerkrachten worden vanuit de pilot begeleid in het omgaan met de zorgassistenten. Hoebink: ‘Sommigen zitten op het niveau van groep 7. Het is natuurlijk nogal bijzonder dat je zo iemand als collega in de klas krijgt. Toch moet je haar aansturen als een volwaardige collega.’ Sommige leerkrachten moeten wennen aan de aanwezigheid van een hulp die de vloer dweilt wanneer een kind een ongelukje heeft gehad. ‘Anderen zijn geneigd om dit soort dingen zelf te doen, omdat zij het sneller kunnen. Dan zit zo’n meisje er voor niks bij. Leerkrachten moeten gaan snappen dat het er niet toe doet dat de zorgassistent iets trager is. De leerkracht ervaart dat namelijk niet in de werkdruk.’

De juiste kansen bieden

Aangezien het po de opdracht heeft gekregen om de komende tien jaar 4020 mensen met een arbeidshandicap te plaatsen, lijkt het aannemelijk dat er na de huidige opleidingsgroep volgende lichtingen komen. In diverse plaatsen, waaronder Eibergen, Zoetermeer en verschillende Friese gemeenten, worden opleidingen voorbereid. Hoebink: ‘Ik hoop dat wij ons door deze pilot leren verbazen over de mogelijkheden van mensen om zich te ontwikkelen. Als we mensen kansen geven die binnen hun bereik liggen, kunnen ze veel. De kinderen die in het kader van Passend onderwijs binnenkomen, hebben een ander ontwikkelingstempo dan de andere kinderen in de groep. De zorgassistent kan in het tempo van deze leerling praktische begeleiding geven. ‘‘Traag’’ is dan niet langzaam, maar gewoon een andere snelheid.’  




Pilot Zorgassistenten

23 jonge vrouwen1, afkomstig uit het praktijkonderwijs en voortgezet speciaal onderwijs, volgen de tweejarige mbo 2-opleiding tot zorgassistent. Dertien doen dat op Walcheren, tien in Den Haag. Deze leerlingen met een cognitieve beperking worden tevoren beoordeeld op geschiktheid (taalbeheersing, presentatie, kunnen omgaan met kinderen). Ze gaan wekelijks een dag naar school en werken vier dagen in een kleutergroep op een basisschool. De geslaagden ontvangen een mbo 2-diploma Assistent dienstverlening en zorg.
1 Er worden alleen vrouwen geplaatst. Gezien de recente misbruikaffaire rond een mannelijke leider bij een Amsterdamse kinderopvang, meende de projectleiding dat de toelating van mannen zou kunnen leiden tot onrust onder ouders.


De Participatiewet

De nieuwe Participatiewet moet mensen met een arbeidshandicap aan werk helpen. In het Sociaal Akkoord is afgesproken dat werkgevers plekken voor hen creëren. De overheid moet in 2023 25.000 extra banen hebben gerealiseerd voor deze doelgroep, ten opzichte van het aantal banen op 1 januari 2013. Het primair onderwijs moet in 2023 4020 extra arbeidsplaatsen hebben geleverd. Voor de komende tien jaar komt dat neer op 402 extra banen per jaar. Twee pilots, opgezet door het Arbeidsmarktplatform PO, moeten uitwijzen hoe werkgevers in het po de betreffende jongeren aan passend werk kunnen helpen: een pilot functiecreatie en een pilot zorgassistenten-in-opleiding.

Aan de hand van nieuwe criteria bepaalt het UWV of medewerkers onder de Participatiewet vallen. In dat geval worden mensen opgenomen in een doelgroepregister. Dit register zal toegankelijk zijn voor werkgevers. Als de sector overheid het quotum niet haalt, treedt de quotumwet in werking. In dat geval wordt per werkgever bekeken of hij voldoende medewerkers met een arbeidsbeperking een baan heeft aangeboden. Zo niet, dan zal een heffing van € 5000,- worden opgelegd voor elke ontbrekende baan. Voor werkgevers met minder dan 25 medewerkers geldt een uitzondering.

Meer informatie:
http://www.poraad.nl/content/de-participatiewet- pilots
http://www.vso-werkgevers.nl/participatiewet-en- quotumregeling/2014-07-14/258/factsheet-banenafspraak.html 




Terug naar het nieuwsoverzicht